Veel meer inzet op energiebesparing nodig

V

Bij COP28 in Dubai is afgesproken dat landen het tempo waarmee ze hun energie-efficiëntie verbeteren vóór 2030 verdubbelen (❗). Kortom, er is veel meer inzet op energiebesparing nodig om de doelen van Parijs binnen bereik te houden. Dit is een maatregel met verstrekkende gevolgen die hoogstwaarschijnlijk alleen haalbaar is als er aanpassingen komen in consumptiepatronen. Denk aan minder grote auto’s, minder maar betere elektrische apparaten, ander stookgedrag, enzovoort.

Analyse van de maatregel

Korte toelichting waarom deze afspraak van COP28 verstrekkende gevolgen heeft:

  • Om te beginnen een toelichting op de termen. De IEA (die de bovengenoemde afspraak voorgesteld en sterk aanbevolen heeft) definieert verbetering van de energie-efficiëntie als vermindering van de energie-intensiteit van de economie. Energie-intensiteit is gedefinieerd als de energievraag per eenheid reëel bbp (reëel bbp betekent bbp gecorrigeerd voor inflatie). Een betere energie-efficiëntie betekent dus dat er per eenheid product minder energie verbruikt wordt.
  • De definitie van de IEA is een relatieve doelstelling van energiebesparing, namelijk energiebesparing ten opzichte van de (groeiende) economie. In de herziene energie-efficiëntierichtlijn (EED) van de EU uit 2023 is afgesproken dat het finale energieverbruik in 2030 met tenminste 11,7% moet zijn gedaald t.o.v. het referentiescenario uit 2020. Dat is een absolute doelstelling van zo’n 1% energiebesparing per jaar.
  • Ter vergelijking: in de afgelopen 20 jaar daalde in Nederland het energieverbruik in absolute zin slechts met zo’n 0,5% per jaar. Het PBL verwacht daarom dat het EED 2030-doel, afgesproken vóór COP28, al lastig te halen zal zijn. Het finale energieverbruik in Nederland was in 2019 zo’n 700 TWh. Met de meest recente klimaatplannen van het Rijk haalt Nederland het aangescherpte EED 2030-doel volgens het PBL alleen als alles meezit (KEV 2023).
  • Met de afspraak van COP28 erbij moet daar dus nog eens een flinke schep bovenop. De (relatieve) energie-efficiëntieverbetering moet worden verdubbeld. Ik heb nagerekend dat dit betekent dat het absolute energiebesparingstempo zoals nagestreefd door de Nederlandse overheid ook grosso modo zal moeten verdubbelen, van 1% naar zo’n 2% per jaar.
  • Laten we de beide scenario’s, vóór COP28 (EED 2023) en na COP28, eens vergelijken (zie de grafiek). We zien dat Nederland in het eerste scenario 25% energiebesparing zou moeten realiseren en in het tweede scenario ruim 40%. Binnen het huidige groenegroeiparadigma proberen we deze energiebesparingsopgave te combineren met economische groei. Dat maakt realisatie van deze opgave aanzienlijk onwaarschijnlijker. Een extra reden om postgroei te overwegen, dus.

Conclusie

De voornaamste conclusie van deze korte analyse is dat we nog veel harder aan de bak moeten met energiebesparing, met maximale inzet van bedrijven, consumenten en overheden. Aanpassing van consumptiepatronen zal de kans op succes flink vergroten. En die kans willen we niet missen: de inspanningen die we tussen nu en 2030 doen, bepalen of de opwarming van de aarde wel of niet binnen de 2 graden blijft.

Over de auteur

Paul Schenderling

Paul Schenderling is econoom, schrijver en spreker. Hij adviseert en schrijft over sociale en ecologische vraagstukken vanuit een economische invalshoek. Hij heeft ruim 10 jaar onderzoeks- en advieservaring en ervaring met politiek-bestuurlijke processen, op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Hij is oprichter en programmaleider van Postgroei Nederland. In nauwe samenwerking met de deskundigen uit deze denktank schreef hij het boek 'Er is leven na de groei: Hoe we onze toekomst realistisch veiligstellen'.

Geef een reactie

Recente berichten

Nu al een zesde druk!