De onderstaande longread biedt een antwoord op de vraag wat postgroei inhoudt en hoe postgroei zich verhoudt tot groene groei. Je leest meer over onze visie in onze boeken:
In 2022 verscheen onze bestseller: Er is leven na de groei.
In 2025 verscheen de langverwachte opvolger: Continent van de Kwaliteit.
Wetenschappelijke uitgangspunten
Overheden en bedrijven zijn bezig met het grootste beleidsexperiment ooit, waarbij de toekomst van miljoenen mensen en vele andere levens op het spel staat. Het beleid van vrijwel alle overheden en bedrijven is namelijk gebaseerd op de veronderstelling dat we de economie kunnen vergroenen en laten groeien tegelijk: groene groei. Als deze veronderstelling niet klopt en drastische vergroening blijft uit, dan zal de ecologische ontwrichting ongekende proporties aannemen. Paradoxaal genoeg zal de ecologische ontwrichting in dat toekomstscenario zodanig groot zijn dat er van economische groei geen sprake meer zal zijn.
Zo ramen economen dat slechts 1 graad opwarming van de aarde al een permanente daling van het wereldwijde inkomen tot 12 procent veroorzaakt.[i] Klimaatwetenschappers schatten dat we deze eeuw met ongewijzigd beleid afstevenen op een opwarming van 2,5 tot 3 graden.[ii] Een ander team van wetenschappers schat het permanente welvaartsverlies van een dergelijke mate van opwarming op 31 procent van het wereldwijde inkomen.[iii] De auteurs van het desbetreffende paper schrijven: “Deze effecten zijn vergelijkbaar met het voeren van een grote oorlog, permanent.”[iv]
Dit betreft helaas slechts de schade aan één aardsysteem, het klimaat. Inmiddels is empirisch vastgesteld dat de draagkracht van zeven van de negen aardsystemen die het leven op aarde mogelijk maken mondiaal is overschreden. Denk naast het klimaat bijvoorbeeld aan de biodiversiteit en aan de capaciteit van de aarde om gifstoffen af te breken. De totale schade is dus nog veel groter.
Het slechte nieuws is dat groene groei een onbewezen veronderstelling is. De vijf voornaamste milieudrukfactoren die ecologische ontwrichting veroorzaken zijn: uitstoot van broeikasgassen, materiaalverbruik, watergebruik, landgebruik en uitstoot van toxische stoffen. Nederland draagt buitenproportioneel bij aan elk van deze factoren.[v] Nederland moet dus alle vijf milieudrukfactoren tegelijk, en vooral snel genoeg, reduceren. Er is geen enkel bewijs dat dit mogelijk is in combinatie met economische groei. Sterker nog, het blijkt dat gecorrigeerd voor import de impact van Nederlandse consumptie op slechts één van de vijf milieudrukfactoren is gedaald, namelijk de uitstoot van broeikasgassen, een daling die bovendien veel te traag is.[vi]
Correctie voor import is belangrijk, want door globalisering vindt veel milieuimpact van Nederlandse consumptie elders plaats. Maar in veel groenegroeibetogen ontbreekt deze correctie. Dat is een grote fout, want de uitstoot van broeikasgassen voor Nederlandse consumptie is gecorrigeerd voor import tientallen procenten hoger dan de binnenlandse uitstoot en daalt ruim vijf keer langzamer.[vii] Deze bevinding geldt niet alleen voor Nederland maar ook voor andere hoge-inkomenslanden.[viii] Dus qua uitstoot van broeikasgassen is het bewijs voor groene groei ontstellend zwak. En dan te bedenken dat de uitstoot van broeikasgassen de enige milieudrukfactor is die daalt, terwijl de andere vier milieudrukfactoren niet dalen of zelfs stijgen!
De Jevons-paradox
De hoofdreden dat groei en vergroening niet of nauwelijks samengaan is dat ruim de helft van alle milieuwinst die we boeken met technologische innovaties ongedaan wordt gemaakt door consumptiegroei. Dit heet ook wel de Jevons-paradox. Er is wetenschappelijk bewijs dat de Jevons-paradox niet alleen opgaat bij de uitstoot van broeikasgassen, maar bijvoorbeeld ook bij materiaalverbruik.[ix]
Met groenegroeibeleid kiezen overheden en bedrijven er dus willens en wetens voor dat de broodnodige milieudrukvermindering ruim twee keer zo langzaam gaat. Groenegroeibeleid is dus niet alleen onbewezen maar ook actief schadelijk. Daarmee verliezen we kostbare tijd die we niet meer hebben, met alle gevolgen van dien. Die beleidskeuze is onverenigbaar met het voorzichtigheidsbeginsel en met het beginsel van rentmeesterschap.
Kortom, we hebben nieuw economisch realisme nodig. We moeten niet zwichten voor het wensdenken dat vergroening en groei samengaan. Het verhaal dat we alles oplossen met technologische innovatie is gelet op de Jevons-paradox ook onrealistisch.
De onderstaande drie punten vatten de problemen met groene groei samen:
Beleidsmaatregelen
We gaan voort op de weg van het realisme, want er is wel degelijk bewijs dat stoppen met groei oftewel postgroei werkt. Het verminderen van consumptiegroei van positieve groei naar reële nulgroei[x] vermindert de integrale ecologische impact van consumptie zodanig dat een land veel effectiever en sneller binnen planetaire grenzen functioneert.[xi] De reden is dat consumptiegroei niet langer ruim de helft van alle milieuwinst ongedaan maakt.
Hiermee is meteen belangrijk misverstand weggenomen: om onze toekomst realistisch veilig te stellen is géén krimp van de economie, oftewel degrowth, nodig. Een steady-state economie die gecorrigeerd voor inflatie groeit noch krimpt is voldoende.[xii]
Zoals de term impliceert, is een steady-state economie macro-economisch stabiel. Nobelprijswinnaar Robert Solow, bekend van zijn theorie van economische groei, merkte op: “In principe hangt er niets af van de absolute omvang van een economie. Neemt men zich voor om minder materiële goederen te consumeren en meer vrije tijd en diensten, dan is er wetenschappelijk gezien niets op tegen om naar dat voornemen te handelen.”[xiii]
Solow noemt in dit citaat tevens de twee voornaamste stappen om te bouwen aan een postgroeisamenleving. De eerste stap is consumptiepatronen verschuiven van materiële goederen naar diensten. De tweede stap is arbeidsproductiviteitsgroei omzetten in meer vrije tijd in plaats van meer consumptie. Beide stappen zijn te bewerkstelligen met bewezen effectieve beleidsinstrumenten.
Voor de eerste stap is zo’n beleidsinstrument de invoering van milieuquota op Europees niveau. Voor een leerzaam voorbeeld van een milieuquotum kun je terugdenken aan het gat in de ozonlaag dat veroorzaakt werd door uitstoot van CFK-gassen. Bij het Verdrag van Montreal uit 1987 is een mondiaal quotum op CFK-gassen ingesteld, dat in een voorspelbaar pad van enkele decennia stapsgewijs naar beneden is gebracht. De voorspelbaarheid zorgde ervoor dat bedrijven tijdig innovaties hebben kunnen doen om CFK-gassen te vervangen. CFK-gassen zijn inmiddels grotendeels uitgefaseerd. De verwachting is dat de ozonlaag medio 2050 volledig zal zijn hersteld.[xiv]
Voor broeikasgassen bestaat op EU-niveau al een bewezen effectief quotumsysteem[xv]; voor de overige vier milieudrukfactoren nog niet. We moeten dat gat zo snel mogelijk dichten, zodat de milieukosten van deze milieudrukfactoren verdisconteerd worden in de prijs. Het is zaak om daarbij grensheffingen in te voeren die het equivalent zijn van de prijs die producenten binnen Europa zouden betalen.[xvi] Zo ontstaat er een gelijk speelveld voor Europese en niet-Europese producenten.
Nederland kan vooroplopen bij deze verandering door een forse verschuiving van belasting van arbeid naar consumptie in gang te zetten. Deze inkomensneutrale maatregel resulteert in een forse verspillingsreductie in de economie, die niet alleen zorgt voor veel betere milieu-uitkomsten maar ook voor een tastbare verbetering van de welvaart voor iedereen. Voor een uitgebreide toelichting op deze belangrijke maatregel: zie ons boek.
Voor de tweede stap is arbeidstijdverkorting een geschikt beleidsinstrument. Ook dit is een bewezen effectieve maatregel om milieudruk te verminderen.[xvii] Arbeidstijdverkorting remt namelijk de consumptie als geheel af, want minder uren werken betekent stabilisatie van het reële inkomen in plaats van eindeloze reële inkomensgroei. Hiermee kunnen we de Jevons-paradox blijvend voorkomen. Daarnaast levert het meer vrije tijd op, waarover later meer.
Maatschappelijke en geopolitieke implicaties
De genoemde maatregelen hebben bijkomende voordelen die de haalbaarheid van postgroei verder vergroten. Een bijkomend voordeel van milieuquota is dat het aanzienlijke overheidsinkomsten oplevert. Overheden kunnen die terugploegen naar mensen met een laag inkomen en naar kleine en middelgrote bedrijven, om hen te ondersteunen bij de transitie. Dat komt het draagvlak voor de transitie ten goede.
Verder zorgen milieuquota voor prikkels voor bedrijven en consumenten om natuurlijke hulpbronnen veel efficiënter te gebruiken, door delen, repareren, levensduurverlenging, enzovoort. Dat leidt tot een forse verspillingsreductie qua consumptie van materiële goederen. Deze verspillingsreductie kan, zoals Solow suggereerde, aangewend worden voor meer consumptie van diensten. Dat kunnen private diensten zijn of publieke diensten, zoals zorg en onderwijs. Dat laatste is belangrijk om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen.
Een bijkomend voordeel van arbeidstijdverkorting is dat het een wij-samenleving bevordert. Meer consumptie bevordert immers zelfgericht hedonisme bij mensen, terwijl meer vrije tijd mensen de gelegenheid biedt voor meer sociale contacten, meer mantelzorg en meer vrijwilligerswerk.
Het is daarom postgroeibeleid, niet groenegroeibeleid, dat onze maatschappelijk weerbaarheid vergroot. Hetzelfde geldt voor onze geopolitieke weerbaarheid. Met postgroeibeleid, waaronder materiaalquota, zal Europa namelijk aantoonbaar sneller strategisch autonoom zijn wat kritieke grondstoffen betreft.[xviii] En door een forse verspillingsreductie bij private, materiële consumptie kunnen we ook meer investeren in defensie. Vergelijk het met een oorlogseconomie, waarin ook de private consumptie wordt verminderd om economische capaciteit vrij te spelen voor defensie. Uiteraard is een kanttekening dat investeringen in zorg en onderwijs een kleinere ecologische voetafdruk hebben dan investeringen in defensie, maar geopolitiek realisme kan om hogere defensie-investeringen vragen.
Het tijdperk van kwalitatieve groei
Postgroei wordt vaak gezien als louter idealistisch. Wij laten zien dat postgroei ook/juist realistisch is: het ecologisch-economisch vertrekpunt van postgroei is realistisch, de beleidsmaatregelen om een postgroeisamenleving te bereiken zijn realistisch en kiezen voor een postgroeisamenleving is maatschappelijk en geopolitiek realistisch. Over al deze aspecten bestaat een grote en groeiende wetenschappelijke literatuur.[xix] De transitie is weliswaar niet eenvoudig maar wel haalbaar, zeker als we ons realiseren dat een samenleving en een economie überhaupt niet kunnen voortbestaan zonder gezonde aardsystemen.
Bovendien biedt postgroei tal van voordelen. De producten die we gebruiken zullen mooier en kwalitatief beter zijn en langer meegaan. Omdat de belasting op arbeid omlaaggaat, zal werken aantrekkelijker worden en zullen er nieuwe vormen van luxe ontstaan, zoals producten die met vakwerk tot stand zijn gekomen, en vrije tijd. Dit zal leiden tot een verandering van sociale en culturele normen, een proces dat al is ingezet en dat door het nieuwe beleid versneld doorgang zal vinden. Het beleid zal verder een impuls geven aan tal van vernieuwingen bij bedrijven en maatschappelijke organisaties. Daarmee schept postgroei ruimte voor nieuwe, kwalitatieve groei: persoonlijke groei, sociale groei, groei van de biodiversiteit, groei van creativiteit, groei van burgerparticipatie, en bovenal: groei van geluk en tevredenheid.
Blijf op de hoogte van onze inzichten
Hieronder kunt u zich aanmelden om ongeveer eens per maand/kwartaal een nieuwsbrief te ontvangen met de nieuwste inzichten over postgroei.
[ii] Zie: https://www.theguardian.com/environment/article/2024/may/08/world-scientists-climate-failure-survey-global-temperature
[iii] Bilal, A. & D.R. Känzig (2024), ‘The Macroeconomic Impact of Climate Change: Global vs. Local Temperature’. NBER Working Papers 32450, p. 44.
[iv] Ibidem.
[v] Berekend op basis van gegevens van EXIOBASE (Universiteit Leiden, TNO et al.); de uitkomsten van onze analyse heb ik gepubliceerd in ons boek Er is leven na de groei.
[vi] Ibidem.
[vii] Zie voor de cijfers en bronnen: https://www.postgroei.nl/inzichten-over-postgroei-en-sufficientie/bewijs-voor-groene-groei-nog-zwakker-dan-gedacht/
[viii] Vogel, J. & J. Hickel (2023), ‘Is green growth happening? An empirical analysis of
achieved versus Paris-compliant CO2–GDP decoupling in high-income countries.’ In: The Lancet Planetary Health, 7: 759–769.
[ix] Wetenschappelijke review van de rebound bij de uitstoot van broeikasgassen: Brockway, P.E. et al. (2021), ‘Energy efficiency and economy-wide rebound effects: A review of the evidence and its implications.’ In: Renewable and Sustainable Energy Reviews, 141: 110781. Wetenschappelijke review van de rebound bij materiaalverbruik: Lowe, B.H. et al. (2024), ‘Methods to estimate the circular economy reboundeffect: A review.’ Journal of Cleaner Production, 443(141063).
[x] Reëel wil zeggen gecorrigeerd voor inflatie.
[xi] D’Alessandro, S. et al. (2020), ‘Feasible alternatives to green growth.’ In: Nature Sustainability, 3: 329–335.
[xii] Mits we vóór 2030 groenegroeibeleid loslaten en kiezen voor een steady-state economie. Hoe langer we wachten met verstandig beleid, hoe groter de noodzaak tot degrowth wordt: degrowth by design or degrowth by disaster…
[xiii] Interview in Der Spiegel, 30-12-2022.
[xiv] Zie: https://council.science/blog/happy-birthday-montreal-protocol-ozone/
[xv] Namelijk het Europese Emissiehandelssysteem (ETS). Voor een effectiviteitsstudie, zie: https://www.pbl.nl/actueel/nieuws/eu-emissiehandelssysteem-effectief-en-geloofwaardig-instrument-om-broeikasgassen-te-verminderen
[xvi] Voor broeikasgassen bestaat er al een grensheffing; het zogenoemde Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM). Deze geldt echter voor slechts zes producten en moet uitgebreid worden naar alle producten die we importeren.
[xvii] Knight, K., Rosa, E.A. & J.B. Schor, Reducing Growth to Achieve Environmental Sustainability: The Role of Work Hours, Political Economy Research Institute.
[xviii] Economische groei is namelijk een van de hoofdoorzaken van groei van het materiaalverbruik en daarmee van strategische afhankelijkheden. Zie: OECD (2019), Global Material Resources Outlook to 2060: Economic Drivers and Environmental Consequences. Zie ook de eindnoot over het reboundeffect van materiaalverbruik.
[xix] Zie voor een recente wetenschappelijke review van de literatuur: Kallis, G. et al. (2025), ‘Post-growth: the science of wellbeing within planetary boundaries.’ In: The Lancet Planetary Health, 9: 62-78.
Voor een uitgebreidere bronvermelding verwijzen we naar ons boek.
