Beleidsmakers, let op de Jevons-paradox!

B

In de afgelopen 35 jaar heeft de Nederlandse overheid opgeteld 265 miljard euro uitgegeven aan dit type beleid – dat is ruim 33.000 euro per Nederlands huishouden, zo’n 950 euro per huishouden per jaar.[i] Dit enorme bedrag gaven we uit, en ondertussen werden de meeste milieuproblemen erger in plaats van minder erg. De CO2-uitstoot is weliswaar iets gedaald, maar veel te weinig en veel te langzaam. Als we kijken naar CO2-uitstoot voor consumptie in Nederland en we corrigeren daarbij voor import (heel veel producten die we gebruiken zijn immers geproduceerd in het buitenland), dan is de CO2-uitstoot in de afgelopen 35 jaar nog geen 10 procent gedaald.[ii] Het Nederlandse energieverbruik en materiaalverbruik is de laatste jaren zelfs gestegen.[iii] Hoe kan dat?

Beleidsmakers, let op de Jevons-paradox

Hoe de Jevons-paradox telkens roet in het eten gooit

Stel dat bedrijven hun productieketens zodanig aanpassen dat ze per product drastisch minder CO2 zouden uitstoten of materialen zouden verspillen, zeg 50 procent minder, maar de rest van de economie blijft op dezelfde manier functioneren, wat zou er dan gebeuren? Wij, consumenten hebben nog steeds een prikkel om méér te consumeren dan de aarde aankan en bedrijven hebben nog steeds een prikkel om ons méér producten te laten kopen, ook als meer consumptie mensen niet gelukkiger maakt en de aarde overbelast. Het gevolg is dat de milieuwinst die in de productieketen geboekt is grotendeels ongedaan gemaakt wordt doordat er elders in de economie meer geconsumeerd wordt. Dit mechanisme heet de Jevons-paradox.

Historische achtergrond

De achtergrond hiervan is als volgt. In de 19de eeuw raakten in Engeland de kolenreserves langzaam op. Dus men begon oplossingen in te voeren die ervoor zorgden dat kolen efficiënter konden worden gebruikt. Maar toen het kolenverbruik steeds efficiënter werd, raakten de kolenreserves juist steeds sneller op in plaats van langzamer. Hoe kan dat? In 1865 schreef de Britse econoom William Stanley Jevons een boek waarin hij uitlegde dat grotere efficiëntie leidt tot lagere gebruikskosten. Dit moedigt mensen aan om méér te verbruiken in plaats van minder. Zo leidt in ons huidige economische systeem meer efficiëntie niet tot een lager maar tot een hoger verbruik. We kunnen de Jevons-paradox ook illustreren met een hedendaags voorbeeld.

Hedendaags voorbeeld

Er was eens een manager van een fabrikant van mobiele airconditioning die de verspilling van energie en materialen in de keten aanzienlijk wist te verminderen, zowel in haar eigen bedrijfsprocessen als voor de eindgebruiker. De manager kwam er al snel achter dat dit niet alleen milieuwinst opleverde, maar ook financiële besparingen: de verspilde energie en materialen hoefden niet meer ingekocht te worden en voor de consument gingen de verbruikskosten omlaag. Haar product werd het zuinigste in zijn klasse en de verkoop steeg.

En dat was nog niet alles: door de efficiëntere bedrijfsvoering kon ze de prijs van haar product verlagen, of ze kon per product meer winst maken. Als ze de prijs verlaagde, dan konden consumenten nóg meer kopen. Weg milieuwinst. Als ze meer winst zou maken, dan kon ze die winst uitkeren aan de eigenaren van het bedrijf of aan de werknemers, als winstdeling. De eigenaren of werknemers zouden dan een hoger inkomen hebben en meer kunnen consumeren. Weg milieuwinst. Hoe goed en succesvol haar aanpak ook was, uiteindelijk kreeg ze het niet voor elkaar om de milieuwinst veilig te stellen.

Conclusie

Er zijn natuurlijk allerlei varianten van dit mechanisme, soms met een grote besparing van energie en materialen, soms met een kleine besparing, en soms met een grotere voorinvestering, soms met een kleinere. Maar welk voorbeeld je ook neemt: een milieubesparing leidt in de regel tot een financiële besparing. En een financiële besparing leidt altijd tot meer consumptie, in een of andere vorm. Dit fundamentele mechanisme verklaart waarom het enthousiasme dat in eerste instantie ontstaat over aanpassing van bedrijfsprocessen – ‘people, planet, profit’, ‘duurzaam ondernemen’, ‘cradle-to-cradle’, ‘circulaire economie’, enzovoorts – telkens na een paar jaar alweer vervlogen is. Het zijn mooie woorden die de illusie kunnen wekken van milieuwinst. Maar uiteindelijk levert het weinig op, omdat de milieuwinst die aan de productiekant van de economie geboekt wordt aan de consumptiekant van de economie weer grotendeels ongedaan gemaakt wordt.

Aanbeveling

Kortom, wat het milieu- en klimaatbeleid tot nu toe bewerkstelligt, is het boeken van milieuwinst in productieprocessen terwijl we de consumptie ongeremd hebben laten groeien. Dat is dweilen met de kraan open. Dit type beleid kunnen we ons in de toekomst niet meer permitteren.

Om de uitputting van de aarde te stoppen en om de toekomst van mensen dichtbij en ver weg, nu en straks, veilig te stellen, moet de uitstoot veel effectiever en veel sneller omlaag worden gebracht. Als we landen in het mondiale Zuiden nog een kans willen gunnen om economisch te groeien, dan moet de uitstoot in landen als Nederland volgens het IPCC vóór 2025 in een steil pad naar beneden zijn gebracht. Het pad naar beneden is nu allesbehalve steil. Er is dus geen tijd meer om nog verder te sleutelen aan beleid dat tot nu toe niet gewerkt heeft. Er is nú effectieve actie nodig. En echt effectieve actie is alleen mogelijk als het beleid zich ook richt op het aanpakken van overconsumptie. Beleidsmakers, let op de Jevons-paradox!


Noten

[i] Bron: OECD (2021), Public expenditure on environmental protection, door de auteurs omgerekend naar 2022.

[ii] Bron: Exiobase 3.7. Het gaat hierbij om de co2-uitstoot gecorrigeerd voor import.

[iii] Bron: Exiobase 3.7. Het gaat hierbij om het energieverbruik en materiaalverbruik gecorrigeerd voor import. Overigens is zowel het binnenlandse energieverbruik gestegen als het energieverbruik gecorrigeerd voor import.

Voor een uitgebreidere bronvermelding verwijzen we naar ons boek.

Over de auteur

Paul Schenderling

Paul Schenderling is econoom en schrijver. Hij adviseert en schrijft over sociale en ecologische vraagstukken vanuit een economische invalshoek. Hij heeft ruim 10 jaar onderzoeks- en advieservaring en ervaring met politiek-bestuurlijke processen, op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Hij is oprichter en programmaleider van Postgroei Nederland. In nauwe samenwerking met de deskundigen uit deze denktank schreef hij het boek 'Er is leven na de groei: Hoe we onze toekomst realistisch veiligstellen'.

Geef een reactie

Recente berichten

Bijna in de winkel!